Op 8 oktober 2024 is door de Tweede Kamer de motie aangenomen van de heer Dassen en de heer Grinwis over een beoogde exitheffing. In de motie wordt verzocht de opties te onderzoeken om belastingontwijking van Nederlandse (vermogende) emigranten tegen te gaan. Of onder de huidige Nederlandse exitheffingen überhaupt sprake kan zijn van belastingontwijking blijft onderbelicht.
Moties Tweede Kamer
De indieners van de motie stellen dat Nederlandse vermogende emigranten vertrekken naar laag belastende jurisdicties, om op deze manier belasting ontwijken. Reden voor de heer Dassen en de heer Grinwis te laten onderzoeken of aanvullende regelingen nodig zijn. Te denken valt aan een inwonerschapsfictie voor de inkomstenbelasting na emigratie. De regering is verzocht de Tweede Kamer hierover te informeren voor het jaareinde van 2024.
De exitheffing voor vermogende emigranten kwam eerder dit jaar ook aan de orde. Op 4 april 2024 hebben de heer Dijk en mevrouw Maatoug een motie ingediend over dit onderwerp. Zij hebben destijds de regering verzocht een EU-exit belasting voor high-net-worth individuals en een nationaal voorstel voor een exitbelasting uit te werken. Ook deze motie is destijds aangenomen door de Tweede Kamer.
Dat er een onderzoek komt naar mogelijke maatregelen lijkt door de aangenomen moties een kwestie van tijd. Het is daarbij zeer de vraag of aanvullende maatregelen bovenop de huidige bestaande exitheffingen noodzakelijk zijn en eenvoudig zijn in te voeren.
Huidige regelgeving exitheffing
Nederland kent momenteel al verschillende exitheffingen. Te denken valt aan exitheffingen over opgebouwde pensioenrechten en lijfrenten. Een ander voorbeeld is de exitheffing in de inkomstenbelasting voor aanmerkelijkbelangaandelen. Bij emigratie wordt een conserverende aanslag opgelegd. Sinds 15 september 2015 15:15 uur wordt deze conserverende aanslag niet meer kwijtgescholden na verloop van tien jaar. De Nederlandse belastingclaim op de aanmerkelijk belang aandelen tot het moment van vertrek blijven daardoor onbeperkt behouden voor de Nederlandse overheid.
Ziet de belastingclaim op een vennootschap met beleggingsvermogen, dan wordt de belasting uiterlijk bij overlijden van de gemigreerde dga ingevorderd. Als het een vennootschap betreft met ondernemingsvermogen, dan kan onder voorwaarden de belastingclaim worden doorgeschoven naar de bedrijfsopvolger. Grotendeels gelijk aan een zuiver binnenlandse situatie.
Van onderzoek tot wetgeving?
In de motie van 4 oktober 2024 wordt als aanvullende exitheffing de zogenoemde inwonerschapsfictie aangehaald. Dit is een fictie waarbij een naar het buitenland geëmigreerde inwoner van Nederland nog voor een aantal jaar wordt geacht in Nederland te wonen. Dit kan bijvoorbeeld voor een periode 5 of 10 jaar.
Bij een dergelijke fictie zal Nederland zich gedurende deze periode het heffingsrecht toekennen over het gehele wereld inkomen. Het is de zeer de vraag of dit wets- en verdrag technisch handhaafbaar is. Het nieuwe woonland zal immers ook het wereldinkomen en/of het bronlandinkomen in de heffing betrekken. De Nederlandse wetgeving zal dan in voorkomende gevallen alsnog moeten voorzien in een voorkoming van dubbele belasting.
Of Nederland moet voorzien in een voorkoming van dubbele belasting is mede afhankelijk van de belastingverdragen. Nederland heeft met een groot aantal landen belastingverdragen gesloten. Als de belastingplichtige in een verdragsland woont, wordt op basis van een zogeheten tie-breaker regeling de verdragswoonplaats bepaald. Het verdrag zal op basis hiervan de heffingsrechten verdelen. Wanneer het heffingsrecht op basis van het belastingverdrag wordt toebedeeld aan het nieuwe woonland of het heffingsrecht van een bronland wordt beperkt, is de invoering van een inwonerschapsfictie niet effectief.
Een dergelijke inwonerschapsfictie heeft dan slechts werking voor niet-verdragssituaties. Daarnaast kan gedacht worden aan situaties waarin bestaande belastingverdragen worden heronderhandeld en worden aangepast. Het is allereerst de vraag dit op korte termijn kan worden gerealiseerd. Daarnaast is het niet realistisch te verwachten dat de andere verdragspartijen (buitenlandse overheden) hun heffingsrecht opgeven. Zeker niet als Nederland eenzijdig een fictie invoert die het heffingsrecht aantast.
Een inwonerschapsfictie zal mogelijk wel effectief kunnen uitpakken bij emigratie naar niet-verdragslanden. Voorbeelden hiervan zijn Monaco (geen verdrag) of Dubai (wel een verdrag, maar beperkte werking).
Tot slot
Vooralsnog concluderen wij dat aanvullende exitheffingen een storm in een glas water zijn. Mochten dergelijke maatregelen worden ingevoerd, dan zal de effectiviteit naar verwachting beperkt zijn vanwege de internationale verdragen. Dit zou wellicht anders kunnen zijn voor niet-verdragslanden, zoals Monaco en Dubai. Mochten er nieuwe ontwikkelingen zijn op dit gebied dan zullen wij u hierover informeren.