Recent hebben Rechtbank Den Haag (7 april 2026) en Rechtbank Noord-Nederland (16 april 2026) uitspraak gedaan over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (hierna: BOR) bij een procentuele uitbreiding van een aandelenbelang door aandeleninkoop (op direct en indirect niveau). In beide zaken ging het om de vraag of voor de toename van de subjectieve gerechtigdheid een nieuwe bezitstermijn ingaat. Opvallend is dat de Rechtbanken tot een verschillende uitkomst komen.
De bedrijfsopvolgingsregeling
De BOR is een fiscale faciliteit bij de schenking of vererving van ondernemingsvermogen. Mits voldaan aan de voorwaarden is per objectieve onderneming € 1.543.500 voor 100% vrijgesteld en is het meerdere voor 75% vrijgesteld van schenk- en erfbelasting.
De regeling geldt onder meer voor de verkrijging van aandelen in een vennootschap die bij de schenker of erflater tot een aanmerkelijk belang behoren. Bij de schenking van dergelijke aandelen geldt voor de BOR onder andere een (dubbele) bezitseis. Deze eis houdt in dat de schenker de aandelen in beginsel minimaal vijf jaar in bezit moet hebben gehad. Daarnaast moet de vennootschap gedurende die periode een onderneming hebben gedreven (indirecte bezitseis). Bij vererving geldt een periode van één jaar.
Inkoop van aandelen
De vraag komt aan de orde hoe de bezitseis uitwerkt als de vennootschap aandelen inkoopt van één aandeelhouder en daardoor de subjectieve gerechtigdheid stijgt van de andere aandeelhouder. Ter verduidelijking een voorbeeld. Stel dat aandeelhouder A en aandeelhouder B ieder 50% van de aandelen houden in vennootschap X. Als vennootschap X alle aandelen van aandeelhouder B inkoopt, dan houdt aandeelhouder A 100% van de aandelen. Deze aandeelhouder krijgt geen nieuwe aandelen, maar zijn belang in de onderneming wordt wel groter.
Als aandeelhouder A vervolgens binnen 5 jaar na de inkoop 100% van de aandelen X schenkt aan de bedrijfsopvolger, dan is het de vraag of voor 50% van de aandelen is voldaan aan de bezitseis. Enerzijds heeft aandeelhouder A zijn aandelen meer dan 5 jaar in bezit en drijft de vennootschap meer dan 5 jaar een onderneming. Anderzijds is door de inkoop van het belang van aandeelhouder B het belang van Aandeelhouder A toegenomen van 50% naar 100%.
Recente ontwikkelingen
Recent zijn twee uitspraken verschenen over de toepassing van de bezitseis bij inkoop van aandelen die niet dezelfde kant op wijzen. Verschil was dat in de ene casus voorafgaand aan de schenking de aandelen van de holdingvennootschap waren ingekocht (direct niveau) en bij de andere casus waren aandelen in de werkmaatschappij ingekocht (indirect niveau).
In een zaak bij Rechtbank Noord-Nederland (16 april 2026) hield een moeder certificaten van aandelen in een vennootschap. Deze certificaten vertegenwoordigden aanvankelijk een belang van 6%. Na een inkoop van aandelen door de vennootschap van een derde op direct niveau nam dat belang toe tot 7,55%. Vervolgens schonk de moeder binnen 5 jaar na inkoop de certificaten aan haar dochter.
De inspecteur stelde dat de BOR niet gold voor de procentuele toename (van de subjectieve gerechtigdheid) van 1,55%, omdat voor dat deel niet aan de bezitstermijn zou zijn voldaan. De Rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de Rechtbank had de moeder dezelfde certificaten al langer dan vijf jaar in bezit. Ook had de vennootschap gedurende die periode een onderneming gedreven. Er wordt voldaan aan de voorwaarden conform de letterlijke tekst van de wet. De aandeleninkoop veranderde daar volgens de Rechtbank niets aan. De BOR kon daarom op de volledige verkrijging worden toegepast.
Rechtbank Den Haag (7 april 2026) kwam in een eerdere zaak tot een andere uitkomst. Daar hield een holdingvennootschap 80% van de aandelen in een werkmaatschappij. Vervolgens kocht de werkmaatschappij de resterende 20% van de aandelen in van de andere aandeelhouder. Hierdoor nam het indirecte belang van de schenker toe van 80% naar 100%. Binnen 5 jaar na de aandeleninkoop door de werkmaatschappij werden de aandelen in de holdingvennootschap geschonken. Volgens de Rechtbank werd de schenker door de aandeleninkoop voor een groter deel gerechtigd tot de achterliggende onderneming: ‘Van belang is dat de gerechtigdheid tot de toekomstige winsten en verliezen van een onderneming gedurende een periode van 5 jaar voor de schenking kunnen worden toegerekend aan de te schenken vennootschap en hiermee indirect aan de schenker’. Voor die uitbreiding ging volgens de Rechtbank een nieuwe bezitstermijn lopen. Omdat sinds de aandeleninkoop nog geen vijf jaar was verstreken, kon de BOR slechts worden toegepast op het oorspronkelijke belang van 80%.
Aandachtspunt bij bedrijfsopvolging
Uit de uitspraken van de Rechtbanken volgt dat geen eenduidige lijn bestaat voor situaties waarin een aandelenbelang door aandeleninkoop (van een derde) procentueel toeneemt. Rechtbank Noord-Nederland hecht bij een inkoop op direct niveau vooral waarde aan de letterlijke tekst van de wet. Rechtbank Den Haag kijkt daarentegen bij een indirecte inkoop naar de gerechtigdheid tot de achterliggende onderneming.
Overigens zijn de voorwaarden van de BOR per 1 januari 2026 op dit punt gewijzigd. Sindsdien geldt dat de BOR in beginsel slechts van toepassing is voor zover het belang van de schenker of erflater in de onderneming gedurende de bezitstermijn niet is toegenomen. Bij een toename van de subjectieve gerechtigdheid gaat voor het meerdere dus een nieuwe bezitstermijn in.
Bent u voornemens om aandelen in uw onderneming te schenken aan de volgende generatie? Laat dan tijdig beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden van de BOR. Uiteraard zijn wij u hierbij graag van dienst om u van een advies op maat te voorzien.